Jim Backus staat bekend om zijn rol als Thurston Howell III in ‘Gilligan’s Island’, maar in tegenstelling tot veel van zijn medesterren was hij al bekend voordat hij op het eiland strandde. Naast het spelen van de vader van James Dean in ‘Rebel Without a Cause’ en de hoofdrol in een seizoen van zijn eigen sitcom, ‘The Jim Backus Show’, vertolkte Backus 40 jaar lang Mr. Magoo. Een andere iets minder opvallende rol vóór ‘Gilligan’s Island’ was die van commandant ET Hutch in de komedie ‘Francis in the Navy’ uit 1955, waarin toevallig ook een jonge Clint Eastwood te zien was in zijn allereerste gecrediteerde rol.
Na ‘Gilligan’s Island’ verscheen Skipper-acteur Alan Hale Jr. in een van Eastwoods belangrijkste westernswaarin hij een lid speelt van een bende die probeert een gepensioneerde politieagent te lynchen in “Hang ‘Em High.” Dit was Eastwoods eerste Amerikaanse western na het succes van zijn ‘Dollars’-trilogie en was een belangrijke test voor de sterrenmacht van de acteur in de Verenigde Staten. Achteraf gezien lijkt het grappig om te denken dat er ooit enige twijfel bestond dat de stalen uitstraling van de acteur het onderwerp van een filmlegende zou worden. Maar eind jaren zestig was hij bij het Amerikaanse publiek eigenlijk alleen bekend als ramrod Rowdy Yates in Rawhide van CBS.
Er was echter één ding waar het publiek Eastwood zeker niet van kende: de reeks bijrollen die hij in de jaren vijftig en begin jaren zestig had gespeeld. In 1955, Eastwood begon zijn acteercarrière door regisseur Jack Arnold een meltdown te bezorgen toen hij op de set van “Revenge of the Creature” verscheen voor een scène die Arnold niet eens wilde filmen. De jonge acteur werd niet gecrediteerd voor zijn vertolking van een laboratoriumassistent in die film, maar datzelfde jaar behaalde hij wel zijn eerste eer met ‘Francis in the Navy’.
Clint Eastwood kreeg zijn eerste gecrediteerde rol in Francis bij de marine
“Francis in the Navy” is de zesde van zeven komische films gebaseerd op de “Francis the Talking Mule”-verhalen van auteur en voormalige Amerikaanse legerkapitein David Stern III. Donald O’Connor speelt Peter Stirling, een legerofficier die wordt aangezien voor een lookalike bij de marine en wordt gestuurd om te dienen bij de maritieme tak van het leger naast zijn pratende muilezelvriend (ingesproken door Chill Wills), die alleen hij kan horen.
De film werd geregisseerd door Arthur Lubin, die ook de man was die Clint Eastwood zijn eerste filmcontract bezorgde. Als zodanig was hij destijds de manager/agent van Eastwood, naast het aansturen van hem in verschillende functies. Hij hield bijvoorbeeld toezicht op ‘Lady Godiva of Coventry’, een historische dramafilm uit 1955 waarin Eastwood een niet-genoemde rol speelde als First Saxon. ‘Franciscus bij de marine’ was echter een belangrijker project voor de acteur.
In dit stadium was Eastwood voor een jaar getekend door Universal “Clint: het leven en de legende,” hij bracht in februari 1954 vier weken door met het maken van “Francis in the Navy”. Volgens Lubin won de acteur de rol eigenlijk alleen vanwege zijn uiterlijk. “(Clint) zag er altijd goed uit”, legde de regisseur uit. ‘We hebben nooit veel aan hem gedacht als acteur, maar hij was charmant.’ Dat was genoeg om Eastwood een paar regels in de film te bezorgen, waarin hij naast niemand minder dan Jim Backus verscheen. voordat hij een masterclass acteren gaf in ‘Rebel Without a Cause’, de toekomstige ster van “Gilligan’s Island” speelde Naval Commander ET Hutch in “Francis in the Navy.” Maar desondanks deelden hij en Eastwood helaas niet veel schermtijd.
Clint Eastwood kreeg bij Francis bij de marine niet veel te doen
“Francis in the Navy” volgt Peter Stirling van Donald O’Connor terwijl hij naar de Coronado-marinebasis in San Diego, Californië reist, waar Francis op een veiling zal worden verkocht. Stirling slaagt er echter niet in om op zijn oude vriend te bieden, en hij wordt uiteindelijk gearresteerd en op een psychiatrische afdeling gegooid, terwijl Francis wordt verkocht voor medische experimenten. Klinkt behoorlijk donker, nietwaar? Dat hoort niet zo te zijn. Het geheel is een kluchtige stoeipartij waarbij Stirling zich voordoet als een vermiste bootsman met de naam Slicker Donevan om zijn vrijheid te verkrijgen.
Clint Eastwood speelt Jonesy, een van Slicker’s vrienden, en hij krijgt niet veel te doen. Ondertussen speelt Jim Backus, zoals eerder vermeld, ET Hutch, een marinecommandant die wordt gedupeerd door Stirling. Hij en Eastwood hebben nooit echt interactie, vooral omdat laatstgenoemde gedegradeerd is om rond te staan terwijl andere personages praten. Maar de aanwezigheid op het scherm van Eastwood valt hoe dan ook niet te ontkennen. Zelfs in die begindagen ziet hij eruit als een filmster, en het is nogal vreemd om deze indrukwekkende figuur aan de zijlijn te zien.
Het is duidelijk dat Universal daar niets van heeft opgepikt. Een jaar na de ondertekening bij de studio, Universal ontsloeg Eastwood naast Burt Reynolds om de onwaarschijnlijke reden dat zijn adamsappel te groot was. (Reynolds werd ontslagen op basis van zijn acteertalent.) Backus bleef werken aan spraakmakende projecten nadat hij ‘Francis in the Navy’ had gevolgd met ‘Rebel Without a Cause’, tot aan zijn casting voor ‘Gilligan’s Island’. Tegen die tijd was de ster van Eastwood echter aan het rijzen dankzij zijn casting voor ‘Rawhide’ in 1959. Toen, een jaar nadat ‘Gilligan’s Island’ in première ging, stemde Eastwood ermee in om de hoofdrol te spelen in ‘A Fistful of Dollars’, waarna niets meer hetzelfde zou zijn.





