Wees voorzichtig met het delegeren van uw werk aan die chatbot: een nieuwe peer-reviewed studie Uit een publicatie van deze maand door de American Psychological Association blijkt dat mensen die voor hun werk sterk afhankelijk zijn van AI-tools, minder vertrouwen hebben in hun capaciteiten en minder zeggenschap hebben over hun werk.
Er is steeds meer onderzoek gedaan naar hoe onze hersenen functioneren als we AI-tools gebruiken. A baanbrekende studie van MIT in 2025 bleek dat onze hersenen niet zoveel informatie vasthouden of de noodzakelijke kritische denkvaardigheden gebruiken wanneer schrijftaken worden uitbesteed aan AI-chatbots.
Deze nieuwe studie was bedoeld om te begrijpen hoe ons menselijk gedrag, met name uitvoerende functies – zoals strategische planning en besluitvorming – kan veranderen wanneer AI deel uitmaakt van het proces.
Sarah Baldeo, auteur van de studie en een Ph.D. kandidaat in AI en neurowetenschappen aan de Middlesex Universiteit in Engeland, merkte in de paper op dat deze bevindingen niet aantonen dat AI cognitieve achteruitgang schaadt of veroorzaakt. Integendeel, ze “benadrukken de variabiliteit in de manier waarop gebruikers de inspanningen tussen henzelf en AI-systemen verdelen onder omstandigheden van gemak en competentie.” Dit betekent dat mensen die AI gebruiken bewuste afwegingen maken, met als gevolg dat hun vertrouwen fluctueert.
Het onderzoek moedigde bijna 2.000 volwassenen aan om AI te gebruiken voor een verscheidenheid aan taken op de werkplek, zoals het prioriteren van projecten op basis van deadlines, het uitleggen van een strategie en het ontwikkelen van plannen met onvolledige informatie. Vervolgens werd hen gevraagd om zelf hun mate van vertrouwen, eigenaarschap en afhankelijkheid van AI te rapporteren, inclusief de vraag of ze de door AI gegenereerde output significant hadden veranderd.
Over het algemeen varieerde het vertrouwen met het gebruik van AI. Een grotere afhankelijkheid van AI ging gepaard met een lager vertrouwen in hun vermogen om zelfstandig te redeneren. Deelnemers rapporteerden ook relatief weinig wijzigingen, wat betekent dat ze vaak niet hun eigen stempel drukten op wat de AI uitspuwde. Maar degenen die het werk van de AI hebben aangepast, meldden dat ze zich zelfverzekerder voelden en meer op de auteur leken. Mannen rapporteerden een grotere afhankelijkheid van AI dan vrouwen.
De wisselwerking tussen snelheid en diepte was een van de belangrijkste thema’s die de deelnemers meldden.
“Ik kreeg sneller antwoord, maar ik denk niet dat ik zo diep heb nagedacht als normaal”, aldus een van de deelnemers.
Dit weerspiegelt een van de grootste kanttekeningen bij het gebruik van AI-tools. Chatbots kunnen bijvoorbeeld snel tekst produceren, maar beschikken niet altijd over dezelfde inhoudelijke expertise als u nodig heeft. AI-tools kunnen dat ook hallucineren of feiten verzinnendus door AI gegenereerde uitvoer moet worden geverifieerd voordat deze wordt gebruikt.
Het kantoor is een van de belangrijkste plekken waar mensen AI-tools gebruiken. We gaan verder dan alleen chatbots, met agenten die autonoom taken kunnen uitvoeren waarvoor anders een mens nodig zou zijn.
Maar deze hulpmiddelen maken ons werkleven niet noodzakelijkerwijs beter; uit één onderzoek bleek dat ze werkdagen maakten langer en onaangenamer. Nu AI steeds meer ingebed raakt in ons werkleven, is het belangrijk om te begrijpen hoe het onze mentale houding vormgeeft. Kwaliteiten als vertrouwen en eigenaarschap over ons werk zijn belangrijke factoren bij het bepalen van de kwaliteit van ons werkleven.



