Vicepresident Vance ontmoet de Hongaarse premier Viktor Orbán op 7 april 2026 in Boedapest, Hongarije.
Pool/Getty Images/Getty Images Europa
onderschrift verbergen
onderschrift wisselen
Pool/Getty Images/Getty Images Europa
BOEDAPEST – De Hongaarse verkiezingen op zondag 12 april gaan over meer dan wie een land met bijna 10 miljoen inwoners regeert. Het is een test van een politiek model: een model dat bekend staat als ‘illiberale democratie‘Een die niet alleen de Hongaarse instellingen heeft hervormd, maar ook conservatieve bewegingen tot ver buiten de grenzen beïnvloedt. In de laatste dagen van de campagne reisde de Amerikaanse vice-president Vance naar Hongarije om zijn steun te betuigen, waarmee hij de nauwe banden van Orbán met president Trump en zijn groeiende invloed binnen delen van Amerikaans rechts onderstreepte.
Maar na zestien jaar aan de macht te zijn geweest, staat Orbán voor een van zijn grootste uitdagingen tot nu toe. En de uitkomst zou in heel Europa en de Verenigde Staten weerklank kunnen vinden.
1. Orbán heeft het Hongaarse politieke systeem getransformeerd
Na een eerste termijn tussen 1998 en 2002, waarin hij werd gezien als een centrumrechtse, pro-Europese leider, kwamen Orbán en zijn partij, Fidesz, in 2010 weer aan de macht. Ze herschreven de grondwet, hervormden de rechterlijke macht en consolideerden de controle over belangrijke staatsinstellingen.
Onafhankelijke waarnemers zeggen dat deze veranderingen de democratische controle hebben verzwakt. Freedom House, een in de VS gevestigde niet-gouvernementele organisatie die sinds 1941 de mensenrechten en de democratie over de hele wereld heeft bestudeerd, classificeert Hongarije nu als enige ‘gedeeltelijk gratis.” Het V-Dem Instituut, een onafhankelijke onderzoeksorganisatie gevestigd in Zweden, beschrijft het als een “electorale autocratie.”
Van zijn kant heeft Orbán het politieke systeem van zijn land op verschillende manieren omschreven als een ‘illiberale staat’ gebaseerd op ‘nationale grondslagen’ of een ‘christelijke democratie’.
2. De macht breidt zich nu uit naar de media, het bedrijfsleven en de academische wereld
Critici zeggen dat de invloed van de regering veel verder reikt dan de politiek en de wetgeving.
Een groot deel van het Hongaarse medialandschap is nu op één lijn met de overheid, waarbij de publieke omroep is gesloten en particuliere netwerken in handen zijn van zakelijke netwerken dichtbij Fidesz.
Het hoger onderwijs is ook een brandpunt geweest. De Centraal-Europese Universiteit, gefinancierd door de Hongaars-Amerikaanse filantroop George Soros, werd feitelijk uit Boedapest verdreven. In 2017 keurde de regering-Orban een wet goed die bekend staat als “Lex CEU” en die zich hierop richtte: de wetgeving vereiste dat het gerespecteerde instituut een campus in de VS moest openen of moest worden gesloten. In plaats daarvan verhuisde het tegen hoge kosten naar Wenen. De voormalige president Michael Ignatieff heeft Hongarije omschreven als een ‘oefenterrein” voor een bredere illiberale politieke beweging.
3. Verkiezingen zijn nog steeds belangrijk, maar het systeem bevoordeelt de zittende president
Hongarije blijft regelmatig verkiezingen houden en oppositiepartijen voeren vrijelijk campagne. Maar analisten zeggen dat het speelveld ongelijk is.
Veranderingen in de kiesregels, waardoor de uitvoerende macht toeneemt controle over de rechterlijke machtDe dominantie van de media en het gebruik van staatsmiddelen geven de regerende partij structurele voordelen. Dat betekent dat uitdagers beslissend moeten winnen om ze te overwinnen.
4. Een nieuwe uitdager heeft de race opgeschud
De opkomst van Péter Magyar aan het hoofd van de relatief nieuwe Tisza-partij heeft het politieke landschap op zijn kop gezet.
Péter Magyar op campagne in 2026. Een voormalige insider die uitdager is geworden, vormt de zwaarste test tot nu toe voor het lange bewind van Viktor Orbán – en voor de ‘illiberale democratie’ van Hongarije.
Attila KISBENEDEK/AFP via Getty Images
onderschrift verbergen
onderschrift wisselen
Attila KISBENEDEK/AFP via Getty Images
Magyar, voormalig lid van Orbáns Fidesz, maakte zich in 2024 op dramatische wijze los: nadat een man die beschuldigd werd van betrokkenheid bij een schandaal over kindermisbruik presidentieel pardon kreeg, begon hij de regering aan te vallen wegens corruptie en veranderde zijn persoonlijke breuk in een politieke beweging. Sindsdien hebben hij en Tisza gebruik gemaakt van de frustratie van kiezers over corruptie en economische stagnatie, waardoor grote menigten door het hele land zijn getrokken.
Hij belooft de corruptie hard aan te pakken, de openbare aanklager van de EU zover te krijgen dat hij onderzoek doet naar vermeend misbruik van EU-fondsen die naar Hongarije zijn gestuurd, de normen van de rechtsstaat te herstellen om bevroren miljarden aan Europese overdrachten vrij te maken, en zich meer op één lijn te brengen met de EU en andere westerse instellingen, terwijl de afhankelijkheid van Russische energie wordt verminderd.
“We willen niet meer in angst leven”, heeft Magyar tijdens bijeenkomsten tegen supporters gezegd. “Dit land is van ons allemaal, niet alleen van degenen die aan de macht zijn.”
Na ruim tien jaar Orbáns bewind zouden de kiezersmoeheid – en de economische druk – doorslaggevend kunnen zijn.
5. De inzet strekt zich uit tot ver buiten Hongarije
Hongarije is lid van zowel de Europese Unie als de NAVO, maar Orbán is vaak in botsing gekomen met westerse bondgenoten over zorgen over de rechtsstaat en de betrekkingen met Rusland.
Denktanks zoals het Duitse Marshallfonds betogen dat Hongarije een belangrijke testcase is geworden voor de democratische terugval binnen het Westen.
Tegelijkertijd heeft Orbán zichzelf gepositioneerd als model voor nationalistische bewegingen in het buitenland.
De uitslag van deze verkiezingen zal een bredere vraag helpen beantwoorden: of dat model duurzaam blijft – of dat de kiezers bereid zijn een andere richting op te gaan.




