To be or not to be, dat is de vraag voor een soloversie van Shakespeares ‘Hamlet’.
Eddie Izzard, de wrange, gender-fluïde Britse komiek die onder de aandacht kwam met een stroom van observerende grapjes die het gezonde verstand aantasten, neemt de hele krioelende tragedie op zich. Deze Shakespeareaanse reizende show, die nu tot en met zaterdag in het Montalbán Theater in Hollywood te zien is, is een waaghals staaltje geheugen, theatrale bravoure en cardiofitness.
Als spektakel is het even opwindend als vermoeiend. De sensatie van het zien van een onverschrokken, onvermoeibare artiest die in zijn eentje het podium bevolkt met de talloze figuren van dit meesterwerk, houdt nooit op. Maar de vermoeidheid kan niet anders dan toeslaan zodra duidelijk wordt dat dit marathondrama in de breedste zin van het woord zal worden gebracht.
Het plot is helemaal iets voor Izzard, die een soloversie van Charles Dickens’ eveneens uitgebreide ‘Great Expectations’ op het podium bracht. Izzard heeft veel lof gekregen als dramatisch acteur en blonk uit in toneelstukken van David Mamet en Peter Nichols, maar lijkt hier tevreden te zijn met het vasthouden aan de story-time-modus.
Het opvallende aan deze ‘Hamlet’, geregisseerd door Selina Cadell op een kaal podium, is hoe eenvoudig het is. Er zijn weinig schilderachtige accessoires behalve een fabelachtig griezelige verlichting, spannende geluidseffecten en hardhandige onderstrepingen. Izzards kostuum, avondkleding gemaakt voor de strijd, deed me begin jaren tachtig denken aan Margaret Thatcher in Studio 54.
De bewerking van Mark Izzard (de broer van Izzard die ook ‘Great Expectations’ heeft verfilmd) streeft ernaar om zoveel mogelijk van het stuk in te proppen, ook al betekent dit dat Izzard lange tijd Shakespeare’s regels in een razend tempo moet uitbrengen. Een structureel gerenoveerd ‘Hamlet’ met een minimalistische inslag zou logischer zijn geweest. Maar dat zou een interpretatieve visie vereisen die de bezuinigingen, herschikkingen en afleidende gevallen van herformulering niet bieden.
Izzard begroet theaterbezoekers bij aanvang van de voorstelling en adviseert dat als iemand de verkeerde indruk heeft gekregen dat dit een nieuwe komische act is, het nu tijd is om te ontsnappen. Niemand leek acht te slaan op de charmante waarschuwing.
Izzard, die een achtergrond heeft als straatartiest, voelt verwantschap met Elizabethaanse spelers, die van stand-up comics een levendige band met hun publiek onderhielden. Deze “Hamlet” is geen sierlijke aangelegenheid, maar een kleurrijke aanval bedoeld om een geweldig goed verhaal nieuw leven in te blazen.
Maar een plot, hoe boeiend ook, kan de last niet alleen dragen. Een bekend verhaal heeft een frisse kijk nodig. De nieuwigheid hier is een artiest die fysieke, mentale en logistieke grenzen opzoekt. Maar zoals de opwekkingen van ‘Hamlet’ gaan, kan er niet veel inzicht worden verkregen uit deze Hercules-onderneming.
De komische stukjes werken het beste. Izzard behandelt Rosencrantz en Guildenstern, de oude vrienden van Hamlet die zijn gestuurd om hem te bespioneren, als sokkenzakken (zonder de sokken). Het geklets tussen Hamlet en de doodgraver zorgt voor het soort geestige woordspeling dat van Izzard is stand-up voorraad-in-handel.
Claudius komt over als een sinistere, opgeblazen neppersoon. Polonius is niet zozeer een pompeuze oude zak als wel een vooraanstaande hoveling die zijn bevoorrechte status niet wil verliezen. Horatio, die weliswaar kan verdwalen in het houtwerk, registreert zich nauwelijks.
Maar Izzard heeft een manier om de verhuizers en shakers bij Elsinore net zo vertrouwd te laten lijken als collega’s op de werkplek. De geest daarentegen, die griezelig monotoon spreekt, is als een overblijfsel van een al lang ter ziele gegane amateurgroep.
Geslacht is geen barrière voor Izzard, die zij/haar voornaamwoorden gebruikt en heeft de naam Suzy toegevoegd (hoewel voor deze ‘Hamlet’ de facturering gewoon Eddie Izzard is). Gertrude komt nooit helemaal in beeld, maar de pathos van Ophelia, gek van verdriet, wordt versterkt door de eenvoudige maar krachtige manier waarop Izzard hulpeloos op haar borst slaat.
Hamlet, alleen op het podium, is wat de meesten van ons zich herinneren van onze uitstapjes met de tragedie. Izzard is zo verbaal bedreven dat ik misschien te veel verwachtte van de monologen. De monoloog ‘To be, or not to be’ kwam over als een retorisch decorstuk dat Hamlet al eeuwen aan het polijsten is. Er zit iets te veel hand-jive in andere toespraken. De emotionele betekenis van Shakespeare hoeft niet handmatig te worden uitgevoerd.
Maar het is niet eenvoudig om een innerlijke intensiteit vast te houden als je geïsoleerd handelt. Izzard moet in haar eentje haar prestaties verbeteren en aanvullen. De getoonde zelfgenererende krachten zijn geweldig om te zien. Zelfs met een dikke kniebrace gaat Izzard er helemaal voor in het slotactduel tussen Hamlet en Laertes.
Op dit punt kan het publiek zijn eigen reserves aanboren. Izzard verdient een medaille voor atletische inspanning, maar wat mij het meest zal bijblijven zijn een paar voorbijgaande momenten waarin de dramatische poëzie werd belicht met een alledaags realisme waardoor de meer dan 400 jaar die onze wereld scheidden van die van Shakespeare helemaal geen afstand leken.
‘Gehucht’
Waar: Het Montalbán Theater, 1615 Vine St., LA
Wanneer: Zondag 15.00 uur, donderdag 19.00 uur, vrijdag 20.00 uur, zaterdag 15.00 uur. Eindigt zaterdag.
Kaartjes: Begin bij $ 85 + kosten
Contact: ticketmaster.com
Looptijd: 2 uur en 20 minuten (inclusief pauze)



