Home Nieuws Het antwoord van Europa op de meedogenloze stijging van de energie- en...

Het antwoord van Europa op de meedogenloze stijging van de energie- en brandstofkosten als gevolg van de oorlog in Iran

4
0
Het antwoord van Europa op de meedogenloze stijging van de energie- en brandstofkosten als gevolg van de oorlog in Iran

De oorlog in Iran heeft geleid tot een stijging van de prijzen van Brent-olie, met een domino-effect op de brandstof- en energiekosten. De stijging van de brandstofprijzen in Europa is duidelijk zichtbaar en bedraagt ​​in Spanje meer dan 34%.

ADVERTENTIE


ADVERTENTIE

De stijging is ook door de Europeanen gevoeld in de elektriciteits- en gasrekeningen, wat veel landen ertoe heeft aangezet maatregelen te nemen of aan te kondigen om deze meedogenloze prijsstijging sinds 28 februari, toen de aanval op Iran begon, op te vangen of aan te kondigen.

Het conflict heeft ruwweg 20% ​​van de mondiale olieaanvoer door de Straat van Hormuz ontwricht, waardoor de Brent in enkele dagen van ongeveer €60 naar ruim €100 per vat is gestegen. De aardgasprijzen in Europa zijn sinds het begin van het conflict met 60% gestegen.

De stijging van zowel de benzine- als de dieselprijzen bij Europese tankstations is opvallend, waarbij de prijzen in Duitsland boven de € 2 per liter liggen.

De sterkste stijgingen hebben zich voorgedaan bij de dieselbrandstof. Verschillende landen zitten nu boven de € 2 per liter, met procentuele stijgingen variërend van bijna 17,5% in Portugal tot 34,3% in Spanje.

Met zulke sterke stijgingen zijn regeringen begonnen actie te ondernemen, zodat burgers niet de volledige impact van hogere prijzen hoeven te dragen, vooral gezien het feit dat deze producten door veel Europese regeringen zwaar worden belast.

Spanje heeft het meest ambitieuze pakket

De regering van Pedro Sánchez had wat meer tijd nodig om haar reactie af te ronden, deels vanwege interne fricties met Sumar, maar keurde uiteindelijk het meest uitgebreide pakket van de overwogen oplossingen goed. De Ministerraad heeft een Koninklijk Wetsbesluit aangenomen met a Plan van € 5 miljard om prijsstijgingen op te vangenmet maatregelen die van kracht zijn tot en met 30 juni 2026.

Het plan is gericht op belastingverlagingen. De regering heeft de BTW op alle vormen van energie verlaagd van 21% naar 10%, inclusief motorbrandstoffen, elektriciteit, aardgas en butaan, waarvan de maximumprijs ook is afgetopt.

De anticrisismaatregelen zullen de elektriciteitsrekening met 13% verlagen, en benzine en diesel zullen ongeveer 30 cent goedkoper per liter worden. Vervoerders, boeren en vissers, geïdentificeerd als de meest kwetsbare sectoren, zullen ook een korting van 20 cent ontvangen op elke liter professionele brandstof.

Tegelijkertijd gaf de regering toestemming voor de vrijgave van 11,5 miljoen vaten olie, wat overeenkomt met iets meer dan twaalf dagen nationale consumptie, als onderdeel van het mondiale plan van het Internationaal Energieagentschap om 400 miljoen vaten vrij te maken uit strategische reserves.

Spanje vertrekt ook vanuit een relatief betere positie op het gebied van elektriciteit. De stroomprijzen in Spanje variëren tussen de €37 en €57 per megawattuur, vergeleken met €113 in Duitsland en €141 in Italië, dankzij het feit dat meer dan 60% van de in het land geproduceerde energie uit hernieuwbare bronnen komt.

Duitsland, Italië en Portugal hanteren verschillende benaderingen

Duitsland heeft een van de grootste hits aan de pompen gekend. De benzineprijzen zijn gestegen van ongeveer € 1,82 per liter naar € 2,16 per liter, een stijging van bijna 18% in slechts twee weken. De reactie van de Berlijnse regering was gericht op het reguleren van het gedrag van benzinestations in plaats van op het verstrekken van directe subsidies.

De Duitse minister van Economische Zaken, Katharina Reiche, heeft een wetsvoorstel ingediend dat tankstations de mogelijkheid biedt de prijzen slechts één keer per dag, om 12.00 uur, te verhogen, hoewel dit nog niet in werking is getreden omdat het wijzigingen in de mededingingswetgeving vereist. Op het bredere energiefront heeft Berlijn de hervatting van de aankoop van Russisch gas resoluut uitgesloten en noemt dit vooruitzicht “absoluut onaanvaardbaar”.

Italië is een andere weg ingeslagen. Rome overwoog de extra BTW-inkomsten uit de hogere brandstofprijzen te gebruiken om consumenten te compenseren, en is van plan bedrijven te bestraffen die de crisis gebruiken om hun winstmarges op te blazen. Op Europees niveau heeft premier Giorgia Meloni de maatregel voor twintig dagen geactiveerd.

Portugal was het eerste van de Zuid-Europese landen dat een concrete maatregel activeerde. De regering van Luís Montenegro heeft een “tijdelijke en buitengewone” verlaging aangekondigd van € 3,55 cent per liter van de dieselbelasting voor auto’s, waardoor de extra btw-inkomsten die door de prijsstijging worden gegenereerd, aan de belastingbetalers worden teruggegeven. De maatregel werd in werking gesteld toen de brandstofprijzen de drempel van 10 cent overschreden die de uitvoerende macht zelf als trigger had ingesteld.

Frankrijk, Polen, Hongarije en Oostenrijk nemen terughoudender standpunten in

In Frankrijk kwam de meest zichtbare reactie niet van de overheid, maar van een bedrijf. TotalEnergies kondigde aan dat het de prijzen voor benzine en diesel tot het einde van de maand zou beperken.

Op staatsniveau heeft Parijs zijn inspanningen gericht op diplomatie in plaats van op belastingverlagingen: Macron drong bij de Europese Raad aan op een voorstel om de aanvallen op de energie- en waterinfrastructuur een halt toe te roepen, gezien het risico dat het conflict de prijsstijgingen verder zou kunnen verergeren. Er zijn geen belastingverlagingsmaatregelen aangekondigd die gelijkwaardig zijn aan die in Spanje.

Polen, waar de prijsstijgingen aan de pomp gematigder zijn geweest, heeft een voorzichtige koers gevolgd. De Poolse regering heeft geen grote belastingverlagingen aangekondigd, en haar staatssecretaris van Energie, Wojciech Wrohna, waarschuwde dat je de regelgeving niet van de ene op de andere dag kunt opschorten zonder de marktstabiliteit en het beleggersvertrouwen te schaden.

Oostenrijk, waar de benzineprijs ook met ongeveer 13% is gestegen, is qua prijsregulering verder gegaan dan Duitsland. Hierdoor konden exploitanten de brandstofprijzen slechts drie keer per week verhogen, terwijl verlagingen op elk moment konden worden toegepast.

Hongarije heeft gekozen voor een regelrecht plafond. Premier Viktor Orbán heeft een maximumprijs vastgesteld van 1,54 euro voor benzine met een octaangehalte van 95 en € 1,59 voor diesel, hoewel de maatregel alleen geldt voor voertuigen met Hongaarse kentekenplaten, om te voorkomen dat chauffeurs uit buurlanden de grens oversteken om te tanken.

Maatregelen van de Europese Unie inzake gasreserves

In de hele EU heeft energiecommissaris Dan Jørgensen aangegeven dat Brussel overweegt tijdelijke noodmaatregelen in te voeren in het geval van een “ernstige prijscrisis”, maar benadrukte dat deze doelgericht en in de tijd beperkt moeten zijn en de transitie naar schone energie niet mogen ontmoedigen.

Volgens de Financial Times heeft de commissaris voor Energie de lidstaten op zaterdag 21 maart de opdracht gegeven om de doelstelling voor het vullen van hun gasopslagfaciliteiten terug te brengen tot 80% van de capaciteit, 10 procentpunten onder de officiële doelstellingen van de EU, “zo vroeg mogelijk tijdens het vulseizoen om de marktdeelnemers zekerheid en geruststelling te bieden”.

Zoals we kunnen zien variëren de maatregelen van helemaal geen steun, zoals in Frankrijk, tot meer dan 5 miljard euro aan hulp uit Spanje. Hoe lang deze energieprijzencrisis in Europa zal duren, zal afhangen van de duur van de oorlog en van de blokkade van de Straat van Hormuz.

Nieuwsbron

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in