Tijdens een recente reis naar de geboorteplaats van mijn man in India werd ik tegengehouden door een duizend jaar oude banyanboom, groot en vorstelijk, die midden in een oude tempel stond. Een enorm bladerdak werd ondersteund door wortels die er eeuwen over hadden gedaan om de grond te bereiken. De tempel was er omheen gebouwd, en niet andersom, in de stille erkenning dat sommige dingen niet kunnen – en ook niet mogen – worden gehaast.
De schoonheid en kracht van de boom kwamen niet voort uit efficiëntie of ontwerp, maar uit geduld. Het was gegroeid door de tijd als een geschenk te gebruiken in plaats van als een beperking, en breidde zich langzaam, opzettelijk en zonder urgentie uit. Toen ik daar stond, werd het moeilijk om niet na te denken over hoe zelden modern werk dat soort groei en geduld mogelijk maakt.
De cultus van ‘niet-onderzochte snelheid’
In de zakenwereld wordt tijd vaak gezien als de vijand. We proberen het voortdurend te comprimeren, te optimaliseren of er zelfs tegen te racen. Maar we bereiken een breekpunt. Niet alleen betalen bedrijven een “burn-outbelasting” voor deze race tegen de klok (volgens a 2024 Aflac WorkForces-rapport, bijna drie op de vijf Amerikaanse werknemers worden getroffen door een burn-out), maar studies laten zien dat bedrijven die prioriteit gaven aan ‘strategische snelheid’ (het verkorten van de tijd voor cruciale beslissingen) in werkelijkheid hogere operationele wrijvingen en een lagere langetermijngroei kenden dan bedrijven die ‘opzettelijk tempo’ omarmden.
We hebben beweging verward met vooruitgang. In veel organisaties wordt denken gezien als een luxe, terwijl reactiviteit zich voordoet als daadkracht. Als alles urgent is, is niets belangrijk. We hebben een cultuur opgebouwd waarin denken wordt behandeld als een luxe in plaats van als een verantwoordelijkheid, en reflectie is iets waarvan we onszelf beloven dat we het zullen doen zodra het ‘echte werk’ is gedaan. Pauzeren, vooral in leiderschapsrollen, kan riskant en zelfs onverantwoord aanvoelen.
Snelheid is uiteraard niet per se slecht. Het probleem is niet-onderzochte snelheid: de veronderstelling dat sneller altijd beter is, dat aarzeling eerder een teken is van zwakte dan van onderscheidingsvermogen.
Het VC-geheim: actief uitstelgedrag
Het scherpste tegenvoorbeeld van deze waanzin komt uit de arena van risicokapitaal waar hoge inzetten op het spel staan. Ervaren beleggers voeren vaak een praktijk uit die ‘actief uitstelgedrag’ wordt genoemd, waarbij ze opzettelijk een investeringsbeslissing uitstellen om te optimaliseren voor meer informatie, zoals nog een maand aan omzetgegevens, een belangrijke arbeidskrachtof een marktverschuiving.
Dit is geen luiheid; het is strategische terughoudendheid. Door een ‘ja’ of ‘nee’ uit te stellen, creëert een belegger niet alleen tijd voor verdere signalen, maar creëert hij ook ruimte voor verdere inzichten die hun denken kunnen beïnvloeden – inzichten die zelden onder druk naar voren komen. Door zichzelf meer tijd te geven om na te denken, verminderen ze ook het aantal emotioneel gedreven beslissingen die vaak worden gevoed door de angst iets te missen.
Zoals de psychiater en filosoof Viktor Frankl ooit zei: “Tussen stimulus en respons is er een ruimte. In die ruimte ligt onze kracht om onze respons te kiezen. In onze respons ligt onze groei en onze vrijheid.”
De winter is geen mislukking
Hetzelfde principe geldt veel verder dan beleggen. Creativiteit, wijsheid en ethische duidelijkheid vereisen allemaal een incubatie. Sommige problemen reageren niet op geweld of urgentie. Ze reageren op de ruimte.
Daar werd ik onlangs aan herinnerd op het Sundance Film Festival, waar ik een mindfulnesssessie bijwoonde onder leiding van filmmaker Chloé Zhao. Ze sprak over de geest als een beweging door seizoenen. Iedereen ervaart de winter, zei ze, en de winter is geen mislukking. Het is een noodzakelijke periode van herstel, herstel en rustige voorbereiding op wat daarna komt.
Haar waarschuwing bleef bij mij: haast je niet om een kas te bouwen, alleen maar om de winter te vermijden.
Tijdens de sessie met Zhao zat onze groep in stilte bij elkaar. Er ontstond iets subtiels maar krachtigs: een gevoel van verbondenheid – niet door een gesprek of samenwerking, maar door gedeelde stilte. Het herinnerde ons eraan dat reflectie niet eenzaam hoeft te zijn; het kan ook gemeenschappelijk zijn, waardoor afstemming ontstaat zonder dat er een enkel woord wordt gesproken.
De AI-factor: waarom we moeten vertragen
Op Sundance sprak Zhao een zin uit die mij is bijgebleven: we zijn het origineel vergeten AI—Voorouderlijke intelligentie. De verzamelde wijsheid van menselijke ervaring. De praktijken die samenlevingen hielpen volhouden lang voordat optimalisatie het dominante doel werd. Veel tradities bouwden gestructureerde pauzes in het dagelijks leven in – niet als inefficiëntie, maar als noodzaak.
In de Bhagavad Gita wordt de geest beschreven als onze grootste bondgenoot of ons grootste obstakel. Een gedisciplineerde geest wordt een brug naar helderheid en inzicht; een ongedisciplineerde houdt ons gevangen in reactie en identificatie met vluchtige gedachten. De praktijk gaat niet over het onderdrukken van het denken, maar over het observeren ervan – het cultiveren van het vermogen om te getuigen in plaats van onmiddellijk te reageren.
Deze vaardigheid wordt steeds belangrijker in het tijdperk van AI.
Machines zijn buitengewoon goed in optimalisatie. Ze worden onmiddellijk uitgevoerd, verwerken enorme hoeveelheden gegevens en brengen patronen aan het licht op een schaal die geen mens kan evenaren. Wat ze niet doen is pauzeren. Ze vragen niet of er iets gebouwd moet worden, of hoe het de menselijke ervaring in de loop van de tijd zou kunnen hervormen.
Die verantwoordelijkheid ligt nog steeds bij ons.
Drie pijlers van de ‘Banyan’-leider
Naarmate de technologie versnelt, verschuift de unieke menselijke bijdrage. Leiderschap gaat minder over sneller bewegen en meer over weten wanneer je nog niet in beweging moet komen. Reflectie is niet langer een persoonlijke welzijnspraktijk; het is een strategische capaciteit.
Voor leiders die vandaag de dag door de complexiteit heen moeten navigeren, betekent dit geen terugtrekking uit de technologie of een afwijzing van de vooruitgang. Het vereist een opzettelijk ontwerp en herontwerp.
Drie praktijken kunnen helpen. Pas eerst opzettelijk uitstelgedrag toe op beslissingen die veel op het spel staan. Vraag wat er duidelijker zou worden als u nog wat langer zou wachten, en of urgentie reëel is of slechts een gewoonte. Ten tweede: bouw stilte in creatieve en leiderschapsprocessen in, door middel van geplande denktijd, momenten zonder apparaten of rustige reflectie vóór belangrijke beslissingen. Inzicht komt zelden op commando. Ten derde: normaliseer de winterseizoenen, zowel persoonlijk als organisatorisch. Niet elke fase is voor uitvoer. Sommige zijn voor herstel, integratie en leren.
Als ik terugdenk aan die tempel in India, zie ik dat dit idee van ‘opzettelijk tempo’ fysiek is gemaakt. De banyanboom groeide niet door te haasten diepe wortels. Het groeide diepe wortels door geduld, kalmte en doorzettingsvermogen. Natuur, ritueel en tijd werden met elkaar verweven om ons eraan te herinneren dat niet alles wat betekenis heeft, overhaast kan of moet worden gedaan.



